Op haast elke röntgenfoto die in een ziekenhuis gemaakt wordt, kunnen subtiele tekenen van reuma schuilgaan. Bijna niemand die ze ziet. De Gentse start-up RheumaFinder bouwt AI-software die meekijkt en vindt wat radiologen kunnen missen. “Ziekenhuizen investeren niet enkel in software omdat die mensen helpt, het moet zorg-economisch ook kloppen”, zegt CEO Nicolaas Fosselle.

“Schrijf anders maar dat het zweet hier nog van de muren druipt”, lacht Nicolaas Fosselle. Hij is CEO en medeoprichter van RheumaFinder, de Gentse start-up die reuma ontdekt voor radiologen het detecteren. Het elfkoppige team heeft op het moment van het interview eind maart net een belangrijke deadline gehaald. “We hebben ons dossier ingestuurd om het Europese MDR-certificaat te verkrijgen, zodat we RheumaFinder eindelijk kunnen uitrollen in de Europese ziekenhuizen.”

Dat Medical Device Regulation-certificaat is cruciaal, want het probleem dat RheumaFinder aanpakt is groot. “Zo’n drie procent van de wereldbevolking heeft actieve reuma”, zegt Fosselle. “In noordelijke gebieden loopt dat op tot 5 procent.” Reuma is een ziekte die jarenlang in je lichaam sluimert voor je ze opmerkt. En als je ze opmerkt, is het meestal laattijdig, waardoor gewrichten onomkeerbare schade oplopen of je inboet aan beweeglijkheid. Dat is volgens Fosselle extra zonde als je weet dat er medicijnen bestaan om de ziekte te onderdrukken als je er vroeg bij bent. Bovendien is de ziekte relatief snel te ontdekken met medische beeldvorming.


v.l.n.r.: Bram Slabbinck, Lennart Jans, Nicolaas Fosselle, Thomas Van Den Berghe, Bram Borremans en Hilde Van Raemdonck

Het team achter Rheumafinder

Elf mensen, één missie: reuma opsporen voor het te laat is.

Nicolaas Fosselle kent de ziekenhuismarkt als zijn broekzak na 25 jaar in medische IT. Lennart Jans is professor radiologie aan UGent en zag jarenlang subtiele reumaletsels die niet waren opgemerkt. Thomas Van Den Berghe is arts en ingenieur, hij vertaalt wat de dokter ziet naar wat de computer moet leren. Bram Slabbinck zorgt dat de software correct ontwikkeld wordt en ook echt draait in een ziekenhuis. Hilde Van Raemdonck en Bjorn Delbeecke loodsen het team door het regelgevende doolhof van de Europese medische wetgeving. Bram Borremans bouwt de technische infrastructuur die straks moet meegroeien als RheumaFinder in tientallen ziekenhuizen tegelijk draait. Axel, Ruben, Victor en Larsen zijn de AI-goeroes van Datameister die de algoritmes optimaal laten presteren.

 

Doen radiologen hun werk dan niet goed? “Toch wel”, zegt professor radiologie en medeoprichter van RheumaFinder Lennart Jans. “Stel dat je naar de garage gaat voor een dikke schram op je deur en iets later blijkt er iets mis te zijn met de versnellingsbak, dan is dat niet de fout van de garagist. Die heeft hersteld wat gevraagd werd.” Radiologen bekijken scans met een doel: zijn er nierstenen? Hoe herstelt een breuk? Hoe is het met de bloedvaten gesteld? “Mochten we de tijd krijgen om elk beeld in detail te bekijken, dan zouden we ook reuma in het vroegste stadium kunnen vaststellen, maar die tijd is er vaak niet”, zegt Jans.

Onvermoeibare ogen

Vandaag wordt in Noord-Amerika amper vier procent van de discrete afwijkingen die op reuma wijzen daadwerkelijk gerapporteerd. De AI-tool van RheumaFinder pikt er achtennegentig procent uit. Dat illustreert meteen het potentieel van de Oost-Vlaamse toepassing. “Wij bouwen een extra paar ogen die nooit moe worden”, zegt Fosselle.

Zowel individuele patiënten als de samenleving hebben volgens Fosselle baat bij een snelle uitrol van RheumaFinder over de hele wereld. Voor het individu spreekt de winst voor zich: hoe sneller je reuma ontdekt, hoe vroeger je de behandeling kunt starten, hoe kwalitatiever het leven. Ook voor de samenleving is er een duidelijke winst. “Een niet-gekende reumapatiënt kost de samenleving twee tot elf keer zoveel als iemand die in behandeling is”, zegt Fosselle. “Die mensen presteren minder op het werk, vallen vaker uit, ontwikkelen andere aandoeningen, omdat hun immuunsysteem in overdrive gaat. Alleen al voor één type reuma schatten we de vermijdbare kosten in België op 75 miljoen euro per jaar.”

Duizenden per dag

Toch is RheumaFinder geen no-brainer voor ziekenhuizen. “Ziekenhuizen investeren niet alleen maar in nieuwe software omdat die mensen helpt. Ze investeren als het ook zorg-economisch klopt.” Gelukkig hebben Fosselle en co. ook daar een antwoord op: “Zodra je een reumapatiënt identificeert, genereert dat verschillende gerichte vervolgonderzoeken en vermijd je andere nodeloze zorgpaden. Op een jaar tijd is de investering in de software op die manier al terugverdiend”, zegt Fosselle. Tegelijkertijd zien ook steeds meer verzekeraars de logica van preventie in: een patiënt vroegtijdig behandelen is goedkoper dan jarenlang de gevolgen van een gemiste diagnose betalen.

Onze gezondheidszorg wordt onbetaalbaar. Te veel mensen worden ouder, krijgen chronische ziekten en hebben jarenlang zorg nodig. Voorkomen is beter dan genezen, wordt relevanter dan ooit.

Nicolaas Fosselle CEO en medeoprichter Rheumafinder

Het woord is gevallen: preventie. Technologische ontwikkelingen in het algemeen en toepassingen zoals RheumaFinder zijn mogelijke shortcuts om aan grote maatschappelijke gevolgen te ontsnappen. “Onze gezondheidszorg wordt onbetaalbaar”, zegt Fosselle. Te veel mensen worden ouder, krijgen chronische ziekten en hebben jarenlang zorg nodig. Voorkomen is beter dan genezen, wordt relevanter dan ooit.

AI-tools zoals ChatGPT en Claude zijn hot op dit moment, omdat iedereen er thuis of op kantoor mee kan experimenteren. “Technologie zoals de onze transformeert mee de hele gezondheidssector”, zegt Fosselle. Zijn collega Lennart Jans maakt die claim tastbaar: “Als individuele arts kon ik vijftig patiënten per dag zien, nu kunnen we er duizenden per dag helpen."

Kip of ei

Tussen die belofte en de praktijk gaapt een kloof. Medische software mag pas verkocht worden na certificering door de Europese en Amerikaanse autoriteiten. Dat traject duurt twee tot drie jaar en kost handenvol geld, zonder dat er een euro binnenkomt. De sector noemt dat de Valley of Death. Investeerders vragen: ‘Toon je commerciële tractie’, zegt Fosselle. “Maar die kan er pas zijn als we gecertificeerd zijn." En om gecertificeerd te raken, hebben we geld nodig. Dat is het verhaal van de kip of het ei.”

Om die kloof te overbruggen maakt een klein maar sterk ecosysteem het verschil. Een R&D-subsidie van VLAIO was essentieel om het eerste jaar te overleven. Via Voka en het eigen netwerk vond het team verschillende business angels die met kleinere bedragen de brug naar certificering helpen overbruggen. En het Europees CrossCare-programma, naast ook 100.000 euro innovatieprojectsteun van de Provincie Oost-Vlaanderen, gaf het team de ruimte om het MDR-dossier klaar te stomen.

“In de zomer wacht ons een audit van een onafhankelijke certificeringsinstantie voor het MDR-certificaat”, zegt Fosselle, “indien dat volgens plan verloopt, kunnen we tegen het najaar de Europese markt op.” En hij is niet van plan om na de certificering tijd te verliezen. Dankzij zijn jaren bij Dobco Medical Systems, waar hij cloudsoftware aan ziekenhuizen aan de man bracht in heel Europa, kent hij de markt en de beslissers. “Veel medtech-startups bouwen een briljant product en denken pas daarna: ‘Hoe gaan we de verkoop en marketing nu concreet aanpakken?’ Wij zijn van in het begin met sales- en marketingstrategie bezig geweest.”

Als individuele arts kon ik dertig patiënten per dag zien. Met RheumaFinder kunnen we duizenden reumapatiënten per dag opsporen.

Lennart Jans medeoprichter Rheumafinder
Benieuwd naar andere innovatieve verhalen uit onze playground? Lees ze in ons magazine!
Delen via